ECLI:NL:CRVB:2004:AR4718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en motivering van arbeidsongeschiktheid met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem
In deze zaak staat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van appellante centraal, waarbij het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) als hulpmiddel is gebruikt. De Raad beoordeelt eerst de algemene rechtmatigheid van het CBBS en concludeert dat het systeem in beginsel aanvaardbaar is als ondersteunend instrument bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid.
Het CBBS vervangt het eerdere Functie Informatie Systeem en werkt met een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die de belastbaarheid van een verzekerde op verschillende rubrieken beoordeelt. De Raad erkent dat het systeem enkele onvolkomenheden kent, zoals het ontbreken van transparantie door niet-overeenkomende nummering van beoordelingspunten, het niet opnemen van signaleringen in dossierstukken en het bestaan van niet-matchende beoordelingspunten die niet automatisch worden meegenomen in de functieselectie.
Vanwege deze tekortkomingen stelt de Raad dat zolang het CBBS niet wordt aangepast, er hogere eisen moeten worden gesteld aan de motivering en verslaglegging van de schattingsbesluiten om voldoende inzicht en toetsbaarheid te waarborgen. In het concrete geval heeft de Raad, net als de rechtbank, geoordeeld dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van appellante voldoende is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
De Raad adviseert het UWV om het CBBS-systeem aan te passen om de gesignaleerde problemen structureel op te lossen, met een redelijke termijn tot uiterlijk 1 juli 2005.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.