ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheid naar 15-25% na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontving met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, werd in 2004 door het UWV herbeoordeeld. Na medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd zijn arbeidsongeschiktheid herzien naar 15-25%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV handhaafde de beoordeling na aanvullend medisch advies.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand omdat het UWV in de beroepsfase voldoende onderbouwing gaf voor de passendheid van de toegewezen functie. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld, met name vanwege een vermeende toename van psychische klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig te werk was gegaan, met informatie van huisartsen, specialisten en een sociaal verpleegkundige. De Raad vond de bezwaren van appellant onvoldoende onderbouwd en stelde dat de verzekeringsarts bevoegd is om de belastbaarheid vast te stellen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de arbeidsongeschiktheid naar 15-25% wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.