ECLI:NL:CRVB:2007:BB1711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische geschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat haar belastbaarheid niet was overschat en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische gegevens, waaronder een brief van een reumatoloog die een chronisch pijnsyndroom had vastgesteld, onvoldoende steun boden voor een beperking in hand- en vingergebruik. De Raad vond de beschikbare informatie toereikend om tot een verantwoord oordeel te komen en kende de eigen mening van appellante over haar gezondheidstoestand onvoldoende gewicht toe.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.