ECLI:NL:CRVB:2004:AR4532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Gezagsverhouding directeur/aandeelhouder zonder doorslaggevende invloed bij besloten vennootschap
Appellante, een groothandel in voedingsmiddelen, voerde hoger beroep tegen een uitspraak waarin werd vastgesteld dat aandeelhouder B.V. 3, ondanks zijn aandelenbezit, geen doorslaggevende invloed heeft op de algemene vergadering van aandeelhouders en derhalve onder gezag van de besloten vennootschap werkt.
De Raad overwoog dat de intentieverklaring, optiecontracten en stemovereenkomst niet verhinderen dat sprake is van een gezagsverhouding, omdat aandeelhouder B.V. 3 geen overwegende invloed kan uitoefenen. De Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder vereist dat de aandelenverdeling onder alle aandeelhouders wordt meegewogen, niet alleen die van bestuurders.
De Raad vond onvoldoende bijzondere omstandigheden om af te wijken van de vaste rechtspraak dat een directeur/aandeelhouder zonder doorslaggevende stem in de algemene vergadering in een gezagsverhouding staat. De vraag of aandeelhouder B.V. 3 na het bestreden besluit nog verplicht verzekerd is, liet de Raad buiten beschouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarmee het beroep van appellante ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat aandeelhouder B.V. 3 zonder doorslaggevende invloed werkzaam is in een gezagsverhouding tot de besloten vennootschap en verklaart het beroep ongegrond.