ECLI:NL:CRVB:2004:AR3924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie en terugvordering
Appellant ontving sinds 1981 een bijstandsuitkering, die in 2000 werd ingetrokken vanwege onjuiste of onvolledige informatie over zijn woonadres, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellant diende een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen omdat hij niet had aangetoond dat zijn omstandigheden waren gewijzigd.
De Raad concludeert dat appellant terecht de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat de intrekking van de uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen terecht zijn. Er zijn geen dringende redenen gevonden om van intrekking of terugvordering af te zien. Ook de hoogte van de boete is volgens de Raad passend en conform de geldende regelgeving.
De nieuwe aanvraag is afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn situatie was gewijzigd. Het huisbezoek vond pas na de aanvraag plaats en het waterverbruik en het ontbreken van gas- en elektriciteitsaansluitingen bevestigen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering, terugvordering en boete worden bevestigd.