ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten
Appellanten ontvingen bijstand van 12 juli 1995 tot 31 december 1998. Uit gegevens van de Belastingdienst bleek dat appellant in 1995 inkomsten uit arbeid had genoten die niet aan gedaagde waren gemeld. Gedaagde herzag het recht op bijstand over de periode van 18 september 1995 tot 31 december 1995 en vorderde de kosten terug. Appellanten maakten bezwaar en stelden onder meer dat een ander op het sofi-nummer van appellant had gewerkt en dat zij in een strafzaak waren vrijgesproken.
De Raad stelde vast dat de herziening over de periode vóór 1 juli 1997 niet juist was omdat de wettelijke grondslag pas vanaf die datum geldt. Daarom vernietigt de Raad de besluiten voor dat deel, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Voor de periode na 1 juli 1997 is de herziening terecht omdat appellanten verzwegen inkomsten hadden en niet voldeden aan de terugvorderingsvoorwaarden.
Verder oordeelde de Raad dat de bestuursrechter niet zonder toestemming van partijen een zitting mag overslaan na het toevoegen van nieuwe stukken, wat hier niet was gebeurd. De proceskosten van appellanten worden toegewezen. De beroepen zijn gegrond voor het vernietigde deel en afgewezen voor het overige.
Uitkomst: Besluiten tot terugvordering bijstand over periode vóór 1 juli 1997 vernietigd, overige herziening bevestigd.