ECLI:NL:CRVB:2004:AQ1190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag op grond van aangescherpt beleid huishouden vormen met gezinsleden in land van herkomst
De zaak betreft een hoger beroep van de Sociale Verzekeringsbank tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin kinderbijslag werd toegekend aan gedaagde voor zijn in Marokko verblijvende kinderen. De SVB had het beleid aangescherpt en stelt dat een huishouden alleen kan worden gevormd indien de verzekerde ingezetene is van het land van herkomst en daar meer dan drie maanden per jaar verblijft. Gedaagde voldeed niet aan deze voorwaarden en kreeg daarom vanaf het derde kwartaal 2001 geen kinderbijslag meer.
De Raad beoordeelde of het aangescherpte beleid rechtsgeldig was bekendgemaakt en of het aan gedaagde mocht worden tegengeworpen. De Raad oordeelde dat het beleid via publicatie in de Staatscourant en een gerichte mailing aan belanghebbenden, waaronder gedaagde, voldoende kenbaar was gemaakt. Daarnaast bevestigde de Raad dat het beleid inhoudelijk niet onjuist was en dat de eis van een verblijf van meer dan drie maanden per jaar in het land van herkomst gerechtvaardigd is.
Omdat gedaagde niet betwistte dat hij niet aan de voorwaarden voldeed, werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Hiermee werd de weigering van kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 2001 bevestigd.
Uitkomst: De weigering van kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 2001 wordt bevestigd en het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.