ECLI:NL:CRVB:2004:AP8647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW en ZW wegens ontbreken dienstverband met ex-echtgenoots BV
Appellante verrichtte sinds 1 juli 1994 werkzaamheden voor een besloten vennootschap (BV) waarvan haar ex-echtgenoot directeur en enig aandeelhouder was. Zij staakte haar werkzaamheden rond 1 februari 1997. De arbeidsovereenkomst werd met toestemming van de regionaal directeur opgezegd per 1 oktober 1999, waarna zij tot die datum salaris ontving.
Na beëindiging vroeg appellante WW- en ZW-uitkeringen aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werden afgewezen. De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellante niet als werkneemster in de zin van de WW en ZW kon worden aangemerkt, omdat geen sprake was van een gezagsverhouding en de arbeidsrelatie niet voldeed aan de vereisten van een arbeidsovereenkomst.
De Raad nam mee dat er geen premies werden ingehouden, dat salaris werd doorbetaald zonder dat er daadwerkelijk werkzaamheden werden verricht en dat de arbeidsvoorwaarden afweken van die van andere werknemers. Appellante slaagde er niet in het vermoeden van het ontbreken van een dienstverband te ontzenuwen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en wees de vorderingen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WW- en ZW-uitkeringen wegens het ontbreken van een dienstverband.