ECLI:NL:CRVB:2004:AP0288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskrediet wegens niet levensvatbaarheid onderneming bevestigd
Appellante exploiteerde een kledingwinkel en vroeg bijstand aan voor bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Het IMK adviseerde positief onder voorwaarden, maar de gemeente Breda wees de aanvraag af wegens onvoldoende levensvatbaarheid van het bedrijf.
De Raad beoordeelde dat ten tijde van het primaire besluit sprake was van een hoge schuldenlast, waaronder een aanzienlijke huurschuld en een belastingaanslag. Ondanks aanvullende financiering en positieve adviezen van het IMK was het bedrijf niet in staat aan zijn aflossingsverplichtingen te voldoen.
Ook was onvoldoende inzicht in de verwevenheid met een Engels bedrijf en de financiële positie daarvan, wat risico's voor het bedrijf van appellante met zich meebracht. De Raad oordeelde dat de afwijzing terecht was en bevestigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad benadrukte de wettelijke criteria voor levensvatbaarheid en het belang van een gedegen financiële beoordeling bij het toekennen van bedrijfskapitaal.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bedrijfskrediet wegens niet levensvatbaarheid van het bedrijf wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.