ECLI:NL:CRVB:2004:AO6273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid en weigering bijzondere toestemming medische stukken
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarbij aan een werkneemster een WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. De rechtbank had geweigerd om aan de gemachtigde van appellante bijzondere toestemming te verlenen voor inzage in medische stukken, hetgeen ook in hoger beroep werd bevestigd vanwege het privacybelang van de werkneemster en de nauwe relatie tussen gemachtigde en werkneemster.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het belang van de werkneemster bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van appellante bij toegang tot de rechter en een eerlijk proces. Daarnaast concludeert de Raad dat de beperking van de arbeidsduur tot twaalf uur per week onvoldoende is gemotiveerd. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben niet adequaat rekening gehouden met de feitelijke situatie en reïntegratie-inspanningen, en er is onvoldoende inzicht gegeven in functies met hogere beloning die buiten beschouwing zijn gelaten.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen, maar appellante krijgt het betaalde recht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het Uwv dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.