ECLI:NL:CRVB:2003:AO1522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en bijzondere bijstand bij minimabeleid 2000
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Venlo inzake bijzondere bijstand en het minimabeleid 2000. De Raad stelt vast dat het minimabeleid 2000 niet is gebaseerd op een wettelijk voorschrift uit de Beroepswet, maar op de Gemeentewet, waardoor de Centrale Raad van Beroep niet bevoegd is om hierover te oordelen. Dit deel van het hoger beroep wordt doorgezonden naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ten aanzien van de bijzondere bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) is de Raad wel bevoegd. Appellant had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van een wasmachine en voor voorrij- en onderzoekskosten. Deze aanvragen werden afgewezen omdat voor een eerste aanschaf in beginsel geen bijstand wordt verleend, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, welke in dit geval niet zijn aangetoond.
De Raad overweegt dat de aanschafkosten van een wasmachine als incidentele kosten gezien moeten worden die uit het reguliere inkomen betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Aangezien appellant al jaren zelfstandig woont, waren de kosten voorzienbaar. Ook de voorrij- en onderzoekskosten worden niet als noodzakelijke kosten van het bestaan aangemerkt, omdat de noodzaak van reparatie of vervanging al bij aanschaf vaststond.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking heeft op de bijzondere bijstandsbesluiten en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand en verklaart zich onbevoegd voor het minimabeleid 2000, dat wordt doorgezonden naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.