ECLI:NL:CRVB:2003:AO0425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en aanzegging uitlooptermijn bij arbeidsongeschiktheid
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de herziening van een WAO-uitkering centraal. Het UWV had de WAO-uitkering van gedaagde ingetrokken per 14 januari 1998 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en een tussentijdse herziening stelde het UWV de uitkering opnieuw vast op een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, waarna de rechtbank Arnhem het besluit deels vernietigde vanwege een ontoereikende arbeidskundige grondslag.
Het hoger beroep richt zich uitsluitend op de arbeidskundige beoordeling van de functies die aan gedaagde werden toegerekend. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de functie van secretaresse verpleegafdeling voldoende verwant is aan de oorspronkelijk geduide functie van medisch secretaresse, zodat het voor gedaagde duidelijk had kunnen zijn dat zij ook voor deze functie geschikt was. Daarnaast acht de Raad de gelijkstelling van gedaagdes MBO-diploma met een MAVO 4-opleiding gerechtvaardigd.
De Raad bevestigt dat gedaagde op 14 januari 1998 in staat was de geselecteerde functies te vervullen en dat de herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25% terecht is. Ook overweegt de Raad dat bij herziening over afgesloten perioden geen aanzeggingstermijn vereist is.
Gelet op deze overwegingen wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het besluit vernietigde.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering per 14 januari 1998 blijft in stand.