ECLI:NL:CRVB:2003:AN8262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van medische besluitenregeling en toepassing artikel 8:32 Awb bij WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een WAO-uitkering aan een werkneemster die volledig arbeidsongeschikt werd geacht op basis van medische rapporten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) handhaafde het besluit tot toekenning van de uitkering, terwijl de rechtbank het besluit vernietigde wegens strijdigheid met het EVRM, met name vanwege onvoldoende waarborgen bij inzage van medische gegevens.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep dat het bestuursorgaan, anders dan de rechter, niet verplicht is af te wijken van de medische besluitenregeling en dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde. De Raad benadrukt dat artikel 8:32, lid 2, Awb correct toegepast moet worden, waarbij inzage in medische gegevens beperkt kan worden tot een arts-gemachtigde van de werkgever, zonder terughoudendheid.
De Raad concludeert dat het medische rapport van de verzekeringsarts, samen met latere medische gegevens, voldoende grondslag biedt voor de toekenning van de WAO-uitkering. Tevens oordeelt de Raad dat er geen sprake was van vooringenomenheid bij de bezwaarprocedure en dat onvoldoende medewerking aan reïntegratie destijds geen reden was om de uitkering te weigeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering gehandhaafd.