ECLI:NL:CRVB:2002:AE6605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering ondanks weigering werknemer tot reïntegratie
Appellante, voormalig werkgever van een werknemer die sinds mei 1998 arbeidsongeschikt is, maakte bezwaar tegen de toekenning van een WAO-uitkering aan deze werknemer. De werknemer was op staande voet ontslagen wegens weigering aangepaste werkzaamheden te verrichten en belediging van de directeur. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst zonder ontbindingsvergoeding vanwege de schuld van de werknemer.
Appellante stelde dat zij voldoende reïntegratie-inspanningen had geleverd door aangepast werk aan te bieden, maar dat de werknemer niet meewerkte. De toekenning van de WAO-uitkering leidde tot hogere premies voor appellante. De Raad stelde vast dat de werknemer als zelfstandige beperkte werkzaamheden verrichtte, maar dat dit geen invloed had op de WAO-uitkering.
De Raad oordeelde dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid op goede gronden berustte en dat appellante, niet zijnde eigen risicodrager, geen sanctiemogelijkheden had tegen de werknemer die niet meewerkte aan reïntegratie. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep van de werkgever ongegrond.