ECLI:NL:CRVB:2003:AF8586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van loondoorbetalingsverplichting bij te late ziekmelding werkgever
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een werkgever over de toepassing van artikel 43c (oud), thans 43d, van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het Uwv had besloten de uitkering aan een werknemer pas later te laten ingaan vanwege een vermeende te late ziekmelding door de werkgever, die de loondoorbetalingsverplichting daardoor met 340 dagen verlengde.
De rechtbank had deze besluiten vernietigd, stellende dat de werkgever de ziekmelding tijdig had gedaan via de arbodienst ArboNed en dat de loondoorbetalingsverplichting daarom niet verlengd kon worden. De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek en concludeerde dat er geen bewijs was dat de werknemer daadwerkelijk per 26 februari 1997 hersteld was verklaard, en dat de werkgever en werknemer zelf uitgingen van doorlopende arbeidsongeschiktheid. De Raad stelde vast dat de werkgever niet aan zijn wettelijke meldingsplicht had voldaan, ook al was de vertraging deels te wijten aan de arbodienst.
De Raad benadrukte dat de wettelijke regeling dwingendrechtelijk is en dat het Uwv niet bevoegd is om hiervan af te wijken. De belangenafweging is door de wetgever gemaakt. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beroepen tegen de bestreden besluiten werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestreden besluiten worden ongegrond verklaard en de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever wordt verlengd wegens te late ziekmelding.