ECLI:NL:CRVB:2004:AR4200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en toepassing stap 3 Besluit Uurloonschatting
Betrokkene en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelden beiden hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de herziening van een WAO-uitkering. De rechtbank had het besluit van het Uwv vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag en schending van het motiveringsvereiste.
De Raad oordeelt dat het Uwv terecht de belastbaarheid van betrokkene heeft vastgesteld en dat het niet wachten op het rapport van de orthopedisch chirurg Verbiest het besluit niet onzorgvuldig maakt. De onderzoeksbevindingen van Verbiest komen overeen met die van de bezwaarverzekeringsarts.
Verder acht de Raad de toepassing van stap 3 van het Besluit Uurloonschatting (BUS), inclusief de reductiefactor, in deze zaak acceptabel en vernietigt het vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard, waarmee de herziening van de WAO-uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.