ECLI:NL:CRVB:2002:AE5831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dienstongeval en belang bij hoger beroep in ambtenarenrechtelijke zaak politie
Gedaagde, een politieagent, raakte betrokken bij een ongeval tijdens werkzaamheden waarbij hij letsel opliep. Hij verzocht om vergoeding op grond van artikel 54 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), dat vergoeding biedt bij dienstongevallen. Appellant, de korpsbeheerder, wees dit verzoek af omdat hij het ongeval niet als dienstongeval beschouwde.
De rechtbank oordeelde echter dat het ongeval wel binnen de werkzaamheden viel en derhalve een dienstongeval was. Appellant nam vervolgens een nieuw besluit waarin het ongeval alsnog als dienstongeval werd erkend, maar stelde dat hierdoor het hoger beroep belangloos was geworden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant belang bij het hoger beroep behield omdat het nieuwe besluit voorwaardelijk was genomen in afwachting van het hoger beroep. De Raad bevestigde dat het ongeval in overwegende mate zijn oorzaak vond in de aard van de opgedragen werkzaamheden en dat appellant de vergoeding niet had mogen weigeren.
Verder werd geoordeeld dat appellant geen beoordelingsvrijheid had om bij het nieuwe besluit op andere gronden het oordeel te handhaven dat geen dienstongeval was. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten van gedaagde en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het ongeval een dienstongeval is en dat appellant belang houdt bij het hoger beroep; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.