ECLI:NL:CRVB:2003:AM2584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Weigering om ongeval als dienstongeval aan te merken is een besluit en rechtmatig gehandhaafd
Appellant, werkzaam bij de politieregio Zuid-Holland Zuid, is tijdens een oefening in abseilen van een flatgebouw gevallen en heeft daarbij ernstige verwondingen opgelopen. Na een initiële afwijzing van de toepassing van artikel 54 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), dat een ongeval als dienstongeval zou aanmerken, werd het bezwaar van appellant eerst gegrond verklaard, maar later bij een nieuw besluit weer afgewezen vanwege roekeloos gedrag van appellant.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het laatste besluit niet-ontvankelijk omdat het geen besluit zou zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het besluit om artikel 54 niet Pro toe te passen wel degelijk een besluit is en dat de bezwaarprocedure niet correct is gevolgd door gedaagde.
De Raad behandelt het bezwaar als beroep en concludeert dat het ongeval niet als dienstongeval kan worden aangemerkt omdat appellant niet de juiste veiligheidsprocedures heeft gevolgd, wat tot het ongeval heeft geleid. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 3 augustus 1999, verklaart het bezwaar ongegrond en veroordeelt gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten is ongegrond verklaard en het ongeval wordt niet als dienstongeval erkend vanwege eigen schuld van appellant.