ECLI:NL:CRVB:2001:AL1336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.J. Simon
- W. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant, voormalig lader en losser, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na heronderzoek in het kader van de Wet TBA werd de uitkering per 14 oktober 1997 ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De arbeidsdeskundige stelde dat appellant geschikt was voor vijf functies, waarvan er bij het besluit slechts drie werden genoemd, zonder overleg met appellant.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij onvoldoende was geïnformeerd over passende functies en dat de beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde de beperkingen, maar gedaagde verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vond geen aanleiding tot vernietiging.
De Raad oordeelt dat gedaagde tekort is geschoten in de zorgvuldigheid door appellant niet tijdig en volledig te informeren over passende functies en door het ontbreken van een beoordeling door een bezwaararbeidsdeskundige. Ook ontbrak een deugdelijke arbeidskundige grondslag, mede doordat enkele functies niet passend waren en het maatmaninkomen niet duidelijk was geïndexeerd. Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen.