ECLI:NL:CRVB:2005:AU7326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over gebruikte schattingsmethode en functies
Appellant, die sinds 1997 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, werd in 2002 herbeoordeeld en zijn uitkering verlaagd naar 45-55%. Appellant betwistte deze herziening en voerde aan dat de Raad van bestuur het verkeerde schattingssysteem (FIS in plaats van CBBS) had gebruikt en dat bepaalde functies niet actueel waren, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid hoger zou moeten zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen relevante verschillen zijn tussen schattingen met het FIS en het CBBS en dat de aangevoerde functies voldoende actueel zijn. De Raad vond geen aanleiding om de medische beoordeling van de verzekeringsarts te betwijfelen en wees het verzoek om een nieuw medisch onderzoek af.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak benadrukt dat de gebruikte methodiek en medische beoordeling adequaat waren en dat de herziening van de WAO-uitkering terecht is vastgesteld.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.