ECLI:NL:CRVB:2001:AE8682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en beoordeling medische beperkingen
Het geschil betreft de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van gedaagde, die eerder waren vastgesteld op basis van een hoge mate van arbeidsongeschiktheid. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) had de uitkeringen herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, waarbij de psychische beperkingen van gedaagde niet volledig waren betrokken bij de beoordeling van de WAO-uitkering.
De rechtbank te Zwolle vernietigde het besluit van Lisv en oordeelde dat de herziening niet in stand kon blijven. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat medische beperkingen voortvloeiend uit psychische klachten niet buiten beschouwing mogen blijven bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Tevens is het aantal functies dat voor de beoordeling van de resterende verdiencapaciteit is geselecteerd onvoldoende volgens het Schattingsbesluit.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit op een ontoereikende medische grondslag berust en dat het beroep van appellant ongegrond is. Daarnaast veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten en heft een recht van heffing op. Het hoger beroep wordt afgewezen, waarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt afgewezen en het besluit tot herziening van de uitkering wordt vernietigd.