ECLI:NL:CRVB:2002:AE0911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing gedifferentieerde WAO-premie en inzagerecht medische gegevens
Appellante, een werkgever, werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) aangemerkt als grote werkgever en kreeg voor het premiejaar 1998 een gedifferentieerd WAO-premiepercentage van 0,96% opgelegd. Appellante stelde bezwaar in en het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit echter omdat UWV pas in de beroepsfase medische gegevens overlegde die ten grondslag lagen aan de toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer van appellante, waardoor volgens de rechtbank artikel 87e WAO buiten toepassing moest blijven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde vanwege het late overleg van medische gegevens. Wel is vastgesteld dat in de procedure in eerste aanleg onvoldoende is voldaan aan de elementaire eisen van artikel 6 EVRM Pro, met name inzake het inzagerecht in medische gegevens. De Raad benadrukt dat inzage in medische gegevens beperkt moet worden tot gemachtigden die arts of advocaat zijn, met geheimhoudingsplicht, en dat belangen van werknemer en werkgever zorgvuldig moeten worden afgewogen.
De Raad bevestigt dat het UWV bevoegd was het premiebesluit van 5 september 1997 te nemen, ondanks dat de wettelijke grondslag (artikel 78 WAO Pro) pas later in werking trad. Gezien de complexiteit en het principiële karakter van de zaak wijst de Raad de zaak terug naar de rechtbank om in twee instanties te kunnen beoordelen of het besluit in stand kan blijven. Tevens veroordeelt de Raad UWV voorwaardelijk in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank vanwege schending van artikel 6 EVRM en onjuiste toepassing van de medische besluitenregeling.