ECLI:NL:CRVB:2004:AS2083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WAO-dagloon ondanks verzoek tot herziening
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn WAO-dagloon door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Na afwijzing van het bezwaar en een daaropvolgend beroep bij de rechtbank, heeft appellant hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat het oorspronkelijke besluit van 14 oktober 1999, waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend, in rechte onaantastbaar is geworden. Het verzoek om terug te komen van dit besluit kan slechts worden beoordeeld aan de hand van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit speelt geen beslissende rol.
De Raad concludeert dat appellant geen nieuwe feiten heeft aangedragen die het eerdere besluit rechtvaardigen te herzien. Bovendien is de resultaatafhankelijke bonus die appellant claimt niet als loon mee te rekenen voor het WAO-dagloon, omdat deze is gebruikt voor aflossing van een lening in het kader van een pc-privéregeling, wat volgens de Coördinatiewet Sociale Verzekering niet tot het loon behoort.
Daarom bevestigt de Raad het eerdere besluit en wijst het hoger beroep af. Een veroordeling in proceskosten wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het oorspronkelijke WAO-dagloon blijft ongewijzigd.