ECLI:NL:CRVB:2000:AJ9698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- Ch. de Vrey
- N.J. van Vulpen Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens fictief inkomen uit werkzaamheden in ouderlijk bedrijf
Gedaagde ontving sinds december 1994 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers, die vanaf juni 1996 werd omgezet in een bijstandsuitkering. De gemeente Maasbracht beëindigde de uitkering per 1 oktober 1996 omdat gedaagde werkzaam was in het bedrijf van haar ouders en daarmee niet langer als werkloos werd beschouwd.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat gedaagde in oktober 1996 geen inkomen had en dus nog bijstandsbehoevend was. De gemeente ging in hoger beroep tegen dit oordeel en stelde dat gedaagde een fictief inkomen had kunnen verdienen uit haar werkzaamheden, zodat zij niet langer recht had op bijstand.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte alleen oktober 1996 als peildatum had genomen en dat het ontbreken van daadwerkelijk loon niet automatisch betekent dat gedaagde nog bijstandsbehoevend was. Gelet op de aard, omvang en duur van de werkzaamheden had zij loon kunnen bedingen, waardoor zij niet meer in de bijstandssituatie verkeerde.
Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met de Awb, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde in hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt vernietigd, met behoud van rechtsgevolgen.