ECLI:NL:CRVB:2000:AA7315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift bij overschrijding hersteltermijn vereist zorgvuldige waarschuwing
Appellant diende bezwaar in tegen een afwijzend besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV) over een WW-uitkering. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gronden van het bezwaar had ingediend.
Appellant stelde in hoger beroep dat het bestuursorgaan bij de gelegenheid om het verzuim te herstellen had moeten waarschuwen dat het niet tijdig indienen van de gronden tot niet-ontvankelijkheid kon leiden. Het bestuursorgaan verweerde zich met een beroep op artikel 6:6 Awb Pro, dat niet expliciet zo’n waarschuwing voorschrijft.
De Raad oordeelde dat artikel 6:6 Awb Pro niet vereist dat expliciet wordt gewezen op niet-ontvankelijkheid, maar dat het ook niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid als de termijn wordt overschreden. Gelet op de strekking van de bezwaarprocedure en het zorgvuldigheidsbeginsel moet een bestuursorgaan echter wel wijzen op de mogelijke consequenties van overschrijding van de hersteltermijn.
Omdat het bestuursorgaan dit naliet, was de handelwijze niet zorgvuldig. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen waarbij appellant alsnog de gelegenheid krijgt de gronden in te dienen.
Daarnaast werd het bestuursorgaan veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd en het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de zorgvuldigheidseis.