ECLI:NL:RBZWO:1999:AA3412
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden Werkloosheidsuitkering
Eiser verzocht op 10 februari 1998 om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Verweerder wees dit verzoek op 23 april 1998 af. Eiser maakte bezwaar op 4 juni 1998, maar diende de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn in. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom op 23 juli 1998 niet-ontvankelijk.
Eiser betoogde dat verweerder hem niet had gewezen op de gevolgen van het niet tijdig indienen van de bezwaarschriftengronden en dat het beleid omtrent niet-ontvankelijkverklaring niet bekend was gemaakt. Verweerder stelde dat artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bevoegdheid geeft om niet-ontvankelijk te verklaren na het niet tijdig herstellen van een verzuim, zonder dat expliciet op het risico daarvan gewezen hoeft te worden.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder om bij niet tijdig herstel van het verzuim tot niet-ontvankelijkverklaring over te gaan niet onredelijk is. Er is geen wettelijke verplichting om te wijzen op het risico van niet-ontvankelijkverklaring. Omdat eiser redelijkerwijs rekening had moeten houden met deze mogelijkheid en geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken, is het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring terecht genomen.
Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de bezwaarschriftengronden.