ECLI:NL:CRVB:1999:AA8517
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering traplift en toekenning verhuiskostenvergoeding onder WVG
Appellant verzocht om een traplift voor een gemeenschappelijke toegangstrap naar zijn woning, maar de gemeente Geertruidenberg wees dit verzoek af op grond van de Verordening voorzieningen gehandicapten (WVG), omdat trapliften niet waren opgenomen in de limitatieve opsomming van woningaanpassingen die voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de traplift niet onder de toegestane voorzieningen viel. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderscheid tussen woningen met gemeenschappelijke en eigen toegangsruimten ongerechtvaardigd was, dat de opsomming niet limitatief moest worden geïnterpreteerd, dat de gemeente naliet advies in te winnen en dat de hardheidsclausule niet werd toegepast.
De Raad verwierp deze grieven. De Raad benadrukte het belang van een doelmatige verdeling van schaarse middelen en vond de verhuizing naar een adequate woning met verhuiskostenvergoeding een passende alternatieve voorziening. De Raad achtte de beleidsvrijheid van de gemeente en de limitatieve opsomming in de Verordening rechtmatig, en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de traplift en wijst de verhuiskostenvergoeding toe als adequate voorziening.