ECLI:NL:CRVB:1999:AA4696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij politieambtenaar
Appellant, een brigadier van politie, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder diefstal van twaalf gulden uit de kluis van het politiebureau en het herhaaldelijk bellen naar 06-sexlijnen met de diensttelefoon. Dit ontslag werd door de Arrondissementsrechtbank Groningen bevestigd nadat het Gerechtshof Leeuwarden appellant vrijsprak in het strafrechtelijk hoger beroep wegens gebrek aan bewijs.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het onderzoek, waaronder het gebruik van een geheime videocamera gericht op de kluis, proportioneel was en dat het belang van de integriteit van het politieapparaat zwaarder weegt dan het privacybelang van appellant. De videobeelden tonen appellant die een enveloppe uit de kluis haalt en terugplaatst, en het ontbreken van twaalf gulden in die enveloppe is vastgesteld door rechercheurs.
Daarnaast is vastgesteld dat appellant op meerdere momenten alleen aanwezig was op de politiepost toen er met de diensttelefoon werd gebeld naar 06-sexlijnen, en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat anderen dit gebruik hebben gepleegd. De Raad acht het disciplinaire ontslag passend bij de ernst van het plichtsverzuim en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.