ECLI:NL:CRVB:2008:BC1677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A.A.M. Mollee
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag wegens ontoelaatbaar gedrag tijdens dienstreis naar Bangladesh
Appellant, werkzaam als militair toezichthouder bij de Koninklijke Landmacht, nam in 2003 deel aan dienstreizen naar Bangladesh in het kader van het project Nieuw Dagelijkse Tenue. Tijdens deze reizen vertoonde hij gedrag dat door een Commissie van Onderzoek als ernstig plichtsverzuim werd aangemerkt, waaronder het verzoeken om meisjes bij een zakelijke partner en het aannemen van diverse geschenken zonder vergoeding.
De staatssecretaris van Defensie legde appellant daarop strafontslag op, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat de beschuldigingen vooral gebaseerd waren op verklaringen van derden die niet ondertekend waren en mogelijk belang hadden bij zijn ontslag. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen consistent waren en ondersteund werden door andere getuigenverklaringen.
De Raad vond dat appellant door zijn gedrag ernstige schade had toegebracht aan zijn integriteit en het aanzien van de Koninklijke Landmacht. Het aannemen van geschenken zonder vergoeding en het ongepaste verzoek om meisjes werden als plichtsverzuim aangemerkt. De opgelegde straf van ontslag werd als proportioneel en niet onevenredig beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het strafontslag bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.