ECLI:NL:CRVB:1998:AA8687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- R.C. Schoemaker
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Voorgehouden functies bij arbeidsongeschiktheid moeten reëel bemachtigd kunnen worden
Het geschil betreft de weigering van het Landelijk instituut sociale verzekeringen om aan gedaagde uitkeringen toe te kennen op grond van de AAW en WAO, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat sommige voorgehouden functies niet redelijkerwijs door een werkgever aan gedaagde konden worden aangeboden vanwege hygiënische bezwaren.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat de medische en arbeidskundige rapporten aantonen dat gedaagde met haar beperkingen in staat is om diverse functies te vervullen zonder verlies van verdienvermogen. De Raad oordeelt dat de functies niet louter theoretisch zijn en dat het oordeel van de rechtbank dat werkgevers niet in redelijkheid gedaagde in deze functies kunnen plaatsen, niet standhoudt.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Tevens wordt geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak benadrukt het belang van een realistische inschatting van arbeidsmogelijkheden bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van uitkering blijft in stand.