Appellant, een ambtenaar en medisch specialist, klaagde over onvoldoende ondersteuning en mismanagement in zijn functie, wat volgens hem leidde tot psychische arbeidsongeschiktheid. Na ziekmelding en diverse gesprekken werd hij door het ABP afgekeurd en met ingang van juni 1993 eervol ontslagen.
Appellant verzocht om volledige doorbetaling van zijn bezoldiging tijdens ziekte op grond van artikel 512 ARAPro, stellende dat de arbeidsomstandigheden abnormaal en excessief waren en de oorzaak van zijn arbeidsongeschiktheid. De rechtbank wees dit af en stelde dat hoewel de omstandigheden bijdroegen, zij niet de oorzaak waren.
In hoger beroep overwoog de Raad dat de objectieve beoordeling van de werkomstandigheden centraal staat. De Raad vond geen bewijs dat de functie of omstandigheden zodanig abnormaal waren dat psychische arbeidsongeschiktheid onvermijdelijk was. Ook het betoog van appellant om een geïndividualiseerde normatieve benadering toe te passen werd verworpen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af, waarmee de weigering tot volledige doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering tot volledige doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte wordt afgewezen.
Uitspraak
94/411 en 417 AW
U I T S P R A A K
in de gedingen tussen:
A., wonende te B., appellant,
en
de Commissie van Bestuur van het Y.ziekenhuis te Z., gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN
Namens appellant is op bij het beroepschrift aangevoerde
gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de
Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 12 juli 1994, nrs.
AW 91/15372/16 en AW 92/1602/16, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft bij schrijven van 28 april 1995 een verweerschrift
doen indienen.
Appellant heeft op 6 november 1995 een rapport van
K. Mengelberg, psychiater te Amsterdam, aan de Raad doen
toekomen. Gedaagde heeft desgevraagd nog een aantal
ontbrekende gedingstukken aan de Raad toegezonden.
De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van
22 augustus 1996, waar appellant in persoon is verschenen,
bijgestaan door prof. mr P. Nicolaï, advocaat te
Amsterdam, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen
door mr W.Th. Snoeck, eveneens advocaat te Amsterdam.
II. MOTIVERING
Met ingang van 1 januari 1994 is de Algemene wet
bestuursrecht (hierna: Awb) in werking getreden en zijn de