Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats] (onderneming)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
Overwegingen
– een toepassingsgebied waarvoor geen tijdelijke vrijstelling was verleend – heeft de onderneming het gebruiksvoorschrift van het gewasbeschermingsmiddel Activus niet nageleefd. Daarmee heeft de onderneming volgens de minister artikel 20, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, in samenhang met artikel 55, eerste en tweede zin, van Verordening (EG) nr. 1107/2009, overtreden. Om die reden heeft de minister met het – in het bestreden besluit gehandhaafde – kortingsbesluit een korting van 5% vastgesteld op de aan de onderneming voor het kalenderjaar 2023 toegekende GLB-subsidies.
mogelijkegevolgen voor flora en fauna en heeft de minister desgevraagd niet nader kunnen toelichten waar de (ernst, omvang of het permanente karakter van de) mogelijke gevolgen voor het milieu, alsook de gestelde onomkeerbaarheid daarvan, bij toepassing van Activus – anders dan die bij toepassing van Stomp – uit bestaan. Zonder die nadere toelichting ontbreekt naar het oordeel van het College een toereikende motivering voor de beslissing van de minister om het kortingspercentage wegens de ernst van de niet-naleving te verhogen naar 5%. Het College ziet in wat de onderneming aanvoert evenwel ook geen aanleiding voor de verzochte verlaging van het vastgestelde kortingspercentage naar 1%. Vast staat dat de onderneming niet de gebruiksvoorschriften van Activus heeft gevolgd en dit voor mais niet toegestane middel op drie percelen snijmais heeft gebruikt. Op de zitting heeft de onderneming daarover onder meer verklaard dat zij “beter had moeten kijken” en “het etiket [van Activus] misschien niet goed heeft gelezen”. Deze onoplettendheid dient voor rekening en risico van de onderneming te blijven.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het kortingsbesluit, stelt de korting op de aan de onderneming voor het kalenderjaar 2023 toegekende GLB-subsidies vast op 3% en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 371,- aan de onderneming te vergoeden.