ECLI:NL:CBB:2026:302
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing afvoerverbod wilde zwijnen wegens niet voldoen aan voorwaarden
De minister legde op 16 juli 2021 een afvoerverbod op aan [naam 1] vanwege overtredingen van Verordening 2016/429 en de Regeling houders van dieren, waaronder het ontbreken van een Uniek Bedrijfsnummer en het niet registreren van aan- en afvoer van wilde zwijnen. Een aanvullende voorwaarde voor opheffing van het verbod was een onderzoek door een dierenarts middels bloedonderzoek.
[naam 1] verzocht op 6 juli 2022 om opheffing van het verbod, maar de minister wees dit verzoek op 20 juli 2022 af en handhaafde dit besluit op 7 oktober 2022. [naam 1] stelde dat zijn zwijnen wilde dieren waren en dat de regels niet op hem van toepassing waren, verwijzend naar beleidsregels en vergelijkbare situaties elders.
Het College oordeelde dat het afvoerverbod niet meer ter discussie stond vanwege het te late bezwaar, maar dat er wel procesbelang was omdat [naam 1] schade had geleden door het verbod. Het beroep richtte zich op de afwijzing van het opheffingsverzoek, waarbij het College concludeerde dat [naam 1] niet had aangetoond aan de voorwaarden te voldoen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het opheffingsverzoek van het afvoerverbod werd ongegrond verklaard omdat niet aan de voorwaarden was voldaan.