Het landbouwbedrijf exploiteert een melkveehouderij en vroeg subsidie aan voor de onomkeerbare sluiting van haar locatie op grond van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv). De minister wees de aanvraag af omdat de stikstofvracht die de locatie veroorzaakt op een overbelast Natura 2000-gebied niet boven de drempelwaarden uit de Lbv uitkomt, berekend met de AERIUS Check.
Het landbouwbedrijf voerde aan dat de minister rekening had moeten houden met een onzekerheidsmarge van 30% in het AERIUS-model en stelde dat een e-mail van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vertrouwen had gewekt op subsidieverlening. De minister verdedigde de keuze voor de AERIUS Check als passend binnen zijn beleidsvrijheid en ontkende dat er sprake was van een toezegging.
Het College oordeelde dat de minister de afwijzing terecht baseerde op de AERIUS Check en dat het gebruik van dit rekeninstrument niet ontoelaatbaar is. De onzekerheidsmarge rechtvaardigt geen correctie in de regeling, mede omdat de marge zowel positief als negatief kan uitvallen. Het e-mailbericht van RVO kon niet als toezegging worden beschouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.