Uitspraak
Stichting Animal Advocacy and Protection, te Almere (Stichting AAP) (gemachtigde: mr. M. van Duijn).
[naam 4] en [naam 5] . Voor de minister zijn van het Adviescollege huis- en hobbydierenlijst (Adviescollege) verschenen mr. drs. J. Staman, prof. dr. J.M. Koolhaas,
ing. D.R. Lammertsma, ir. M.S.P. Damen en prof. dr. J.J.M. van Alphen.
I.Wat aan de zaak is voorafgegaan
28 januari 2015, nummer WJZ/15008282, houdende vaststelling van hoofdstuk 2 van de Regeling houders van dieren (Rhd) is een lijst vastgesteld met daarop aangewezen de huis- en hobbydieren die gehouden konden worden (de oude positieflijst) (Staatscourant 2015, nummer 2934). In tabel 1 van bijlage 1 van de Rhd waren diersoorten aangewezen die gehouden konden worden zonder toepassing van soortspecifieke houderijvoorschriften. In tabel 2 van diezelfde bijlage waren diersoorten aangewezen die gehouden konden worden met toepassing van soortspecifieke houderijvoorschriften. In tabel 3 van bijlage 2 waren diersoorten opgenomen die niet waren aangewezen en dus niet gehouden mochten worden.
17 april 2024 en het Besluit van 25 april 2024 in werking getreden.
II.Nationaal wettelijk kader en verdragskader
III.Afbakening van het geschil
V.Beoordeling van het beroep
-maatregelen (zoals door [naam 1] opgeworpen) niet bij de beoordeling heeft betrokken en waarom hij de aan de WAP verstrekte opdracht in zoverre heeft ingekaderd. In het bestreden besluit in samenhang bezien met zijn brief van 2 oktober 2025 heeft de minister uiteengezet dat over veel diersoorten te weinig informatie beschikbaar is over maatregelen die risico’s volledig opheffen, omdat er geen wetenschappelijk onderzoek naar is en wordt gedaan. Informatie over die diersoorten is daarom vaak onbetrouwbaar. Daarnaast zouden op te stellen houderijvoorschriften gaan gelden voor eenieder zonder dat vaststaat dat sprake is van de juiste vaardigheden, kennis en intenties bij alle houders. Dit heeft tot gevolg dat niet vaststaat dat eenieder zich aan de houderijvoorschriften zal kunnen of willen houden. Een deel van de dieren zou daardoor lijden doordat ze wordt gehouden. Verder is handhaving van houderijvoorschriften volgens de minister in de praktijk onhaalbaar. Zelfs als er capaciteit is om te handhaven, zijn houderijvoorschriften namelijk veelal ook voor meerdere uitleg vatbaar.
mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.