Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 op het hoger beroep van:
[naam] , te [woonplaats] (gemachtigde: mr. J.J.J. de Rooij)
[naam] en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
[naam] voert aan dat hij ten onrechte als feitelijk leidinggever is aangemerkt. De rechtbank heeft volgens [naam] geen goed beeld van de feitelijke gang van zaken c.q. heeft deze niet goed gewogen. De rechtbank heeft feitelijk leidinggeven aangenomen vanwege een te passieve houding van [naam] . Anders dan de rechtbank aanneemt, heeft [naam] niet alles maar op zijn beloop gelaten. Hij wilde geïnformeerd worden en werd ook op de hoogte gehouden via overleggen en e-mail, rechtstreeks of in de cc. [naam] heeft ter onderbouwing een aantal e-mails overgelegd. [naam] heeft vertrouwd op zijn bedrijfsleider en mocht dat ook, maar hij heeft dat nimmer “volledig” gedaan. In dit verband is van belang dat de bedrijfsleider kundig en uiterst capabel is. Hij is met name van de mestboekhouding uitzonderlijk goed op de hoogte. Waar nodig of gewenst was sprake van afstemming met de bedrijfsadviseur, waardoor in feite sprake was van een dubbel slot op de deur. Bovendien was er aan het einde van ieder kalenderjaar een moment dat de zaken werden nagelopen. Bovendien is van belang dat er niet eerder overtredingen zijn geconstateerd, aldus [naam] .
Beslissing
- vernietigt de beslissing op bezwaar;
- herroept het boetebesluit;
- stelt de hoogte van de aan [naam] opgelegde boete vast op € 5.678,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt de minister op het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 463,- aan [naam] te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van [naam] tot een bedrag van € 5.068,-.