De zaak betreft het beroep van een voormalig bestuurder van een Vereniging van Eigenaars (VvE) tegen de inschrijving van zijn bestuursfunctie in het handelsregister per 30 oktober 2023. De Kamer van Koophandel (KvK) had deze inschrijving gedaan naar aanleiding van een opgave van de bestuurder zelf, maar het bezwaar van de bestuurder tegen deze inschrijving werd door de KvK ongegrond verklaard.
De bestuurder stelde dat hij al per 18 april 2017 als bestuurder had moeten worden ingeschreven en dat de KvK ten onrechte wijzigingen in het handelsregister had doorgevoerd tussen 2017 en 2023. De KvK betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens misbruik van recht, omdat de uitschrijving uit 2017 onherroepelijk was en de bestuurder deze steeds opnieuw aanvocht.
Het College oordeelde dat geen sprake was van misbruik van recht, omdat de bestuurder een redelijk doel nastreefde, namelijk een correcte inschrijving zonder hiaten. De inschrijving per 30 oktober 2023 was gebaseerd op de opgave van de bestuurder zelf en de KvK had geen aanleiding om aan de juistheid daarvan te twijfelen. De eerdere uitschrijving per 18 april 2017 was onherroepelijk en er waren geen nieuwe feiten die aanleiding gaven deze terug te draaien.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de KvK hoefde geen proceskosten te vergoeden.