ECLI:NL:CBB:2025:76
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Subsidieherziening vanwege overschrijding staatssteunplafond bij ontbonden groepsonderneming
De onderneming, onderdeel van een groep verbonden ondernemingen waarvan één onderneming per 1 december 2021 is ontbonden, ontving subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister heeft de subsidie voor het eerste kwartaal van 2022 herzien en lager vastgesteld vanwege overschrijding van het staatssteunplafond van € 2,3 miljoen voor de groep.
De onderneming betwistte dat de subsidies aan de ontbonden groepsonderneming bij het totaalbedrag moesten worden opgeteld en voerde aan dat de minister onjuiste wettelijke grondslagen gebruikte en onredelijk handelde. Het College oordeelt dat de subsidies aan de ontbonden onderneming wel meetellen, omdat deze subsidies direct of indirect ten goede zijn gekomen aan de groep en de ontbonden onderneming niet tot een andere groep behoort.
Het College bevestigt dat de minister bevoegd was de subsidie te herzien op grond van artikel 7 van Pro de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en wijst het beroep ongegrond. Ook wordt de minister niet veroordeeld in proceskosten of griffierecht, aangezien de subsidieaanvraag en -vaststelling binnen de wettelijke kaders plaatsvonden en de onderneming rekening had moeten houden met mogelijke aanpassing.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming is ongegrond; de subsidie is terecht herzien vanwege overschrijding van het staatssteunplafond.