Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan een taxichauffeur een last onder dwangsom op wegens het aanbieden van taxivervoer zonder geldige Taxxxivergunning op de Amsterdamse opstapmarkt. De overtreding vond plaats op 10 april 2024, toen de chauffeur met zijn taxi stilstond op een als illegale opstapplaats bekende valet-parkeerplaats aan de Nieuwezijds Voorburgwal 7.
De chauffeur betwistte dat hij taxivervoer aanbood en stelde dat hij daar stond vanwege een nieuwe rit via de Uber-app, die door de klanten werd geannuleerd. Hij voerde ook aan dat de opgelegde dwangsom te hoog en onredelijk was, en dat een waarschuwing passend zou zijn geweest.
Het College oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders terecht aannam dat de chauffeur zonder vergunning taxivervoer aanbood, omdat hij op een verboden plek stond zonder dat hij aannemelijk maakte dat hij daar stond voor een bestelde rit. De screen print van de Uber-app toonde een geannuleerde rit en was onvoldoende om het standpunt van de chauffeur te ondersteunen.
Verder werd geoordeeld dat de hoogte van de dwangsom in overeenstemming is met het handhavingsbeleid van de gemeente Amsterdam en niet onevenredig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.