ECLI:NL:CBB:2023:414
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving Taxiverordening Amsterdam wegens taxivervoer zonder vergunning
Een taxichauffeur werd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanbieden van taxivervoer zonder geldige Taxxxivergunning op een illegale opstapplaats binnen de ring A10.
De chauffeur betwistte de overtreding en stelde dat hij op de locatie stond ter uitvoering van een vooraf bestelde rit, ondersteund door een later overgelegde screenshot van een taxirit via een app. Het college en het College van Beroep oordeelden echter dat de chauffeur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk was besteld en dat de overgelegde bewijsstukken tegenstrijdigheden bevatten en niet geloofwaardig waren.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat geen toezegging was gedaan dat geen last onder dwangsom zou worden opgelegd. Ook het betoog dat de last onder dwangsom onevenredig zou zijn, werd afgewezen gezien het algemene belang bij handhaving en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Het College bevestigde dat het aanbieden van taxivervoer zonder vergunning op een illegale opstapplaats een overtreding is en dat het college van b en w bevoegd is om een last onder dwangsom op te leggen ter handhaving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de taxichauffeur tegen de last onder dwangsom wegens het aanbieden van taxivervoer zonder vergunning is ongegrond verklaard.