Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 december 2025 op het hoger beroep van
[naam 1] , te [woonplaats] (onderneming)
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
In dit overzicht is ook af te lezen dat door [naam 1] voor elk van de 121 vrachten met de VDM gegevens een hoeveelheid dierlijke meststoffen (uitgedrukt in kg fosfaat en stikstof) had meegezonden aan de RVO. […]
Zoals vermeld heeft [naam 1] uit eigener beweging de desbetreffende 103 mestmonsters (middels vormen van mengmonsters) en 11 restmonsters alsnog laten analyseren door Roba. Hiertoe heb ik, [ naam toezichthouder], (zoals vermeld) op verzoek van [naam 1] de bij het WFSR nog aanwezige 11 restmonsters overgebracht naar Roba. Bij ons ontstond, gelet op bovenstaande, het vermoeden dat [naam 1] vervolgens toch die analyse gegevens heeft gebruikt om de in die 103 + 11 = 114 vrachten aanwezige hoeveelheid dierlijke meststoffen te berekenen. Om vervolgens deze berekende hoeveelheid met de VDM-gegevens mee te verzenden naar RVO. Nadat een laboratorium een mestmonster heeft ontvangen en geanalyseerd, verzend het laboratorium normaliter (ex artikel 81 URM Pro) onder meer het analyseresultaat aan de Minister (lees RVO). Deze gegevens worden bij RVO opgeslagen in het zogenaamde "labregister". Naar aanleiding van bovenstaande vroeg ik, [naam toezichthouder], [naam collega], zaakanalist meststoffen, om na te gaan welke gegevens Roba in deze de analysegegevens van deze 11 + 103 + 7 = 121 monsters had verzonden aan het Labregister bij RVO. Op maandag 1 augustus 2022, omstreeks 13:08 uur, ontving ik een e-mail van [naam collega], met daarin als bijlage het Labregister aangaande voornoemde 121 monsters / VDM.
Aangevallen uitspraak
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Het toepasselijke wettelijke kader zoals dat van toepassing was ten tijde hier van belang, is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Beslissing
mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, in aanwezigheid van mr. A.C. van Helvoort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Bijlage
[…]
[…]
[…]