ECLI:NL:CBB:2025:446
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebesluiten wegens overtredingen bij het slachten van schapen en geiten
De slachterij heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin haar beroepen tegen twee boetebesluiten wegens overtredingen bij het slachten van een geit en een schaap ongegrond zijn verklaard. De minister had boetes opgelegd omdat de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid niet werd aangehouden tot de dood van de dieren en het personeel niet over het passende vakbekwaamheidsniveau beschikte.
Het College onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de overtredingen zijn begaan en aan de slachterij kunnen worden verweten. De rapporten van bevindingen van toezichthouders bevatten voldoende bewijs en de slachterij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij alles heeft gedaan om de overtredingen te voorkomen. Ook de eerdere waarschuwingen zijn terecht gegeven en de minister was bevoegd de boetes op te leggen.
Wel oordeelt het College dat de redelijke termijn voor de behandeling van de boetebesluiten is overschreden. Daarom vernietigt het College de uitspraak voor zover het de hoogte van de boetes betreft, matigt de boetes tot respectievelijk € 3.750,- en € 2.250,- en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boetes worden gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en vastgesteld op respectievelijk € 3.750,- en € 2.250,-.