Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 25 maart 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over een boete van €5.000 opgelegd aan een bedrijf wegens overtreding van dierenwelzijnsregels bij het doden van varkens. De boete was gebaseerd op het feit dat een varken tekenen van bewustzijn en leven vertoonde toen het de broeibak inging, wat volgens de Verordening 1099/2009 niet is toegestaan.
De inspectie door toezichthouders van de NVWA op 5 november 2020 toonde aan dat het varken bij contact met het hete water bewoog en zijn kop ophief, wat duidt op bewustzijn. Ondanks het stoppen van de transportband en het toedienen van elektrische bedwelming, vertoonde het dier nog tekenen van leven. Het bedrijf voerde aan dat het ging om spasmen en spiertrekkingen, maar het College oordeelde dat de waarnemingen van de toezichthouders betrouwbaar zijn en dat het dier niet volledig bewusteloos was.
Verder stelde het bedrijf dat de aanzegging en het ontbreken van een proces-verbaal de verdediging schaadden, maar het College volgde de rechtbank in de conclusie dat de aanzegging correct was en geen proces-verbaal noodzakelijk was. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van camerabeelden niet leidt tot twijfel over de bevindingen.
Het College concludeerde dat de overtreding terecht was vastgesteld en dat het bedrijf onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij alles redelijkerwijs mogelijk heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. De boete werd daarom bevestigd. De redelijke termijn voor de procedure was niet overschreden en er werd geen matiging van de boete toegepast.