ECLI:NL:CBB:2025:437
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen Staatsbosbeheer inzake vervoer hoogdrachtige merries
De Stichting Hart voor Dieren verzocht de NVWA handhavend op te treden tegen Staatsbosbeheer vanwege het transport van hoogdrachtige merries op 21 september 2022. De minister wees dit verzoek af, omdat niet was vastgesteld dat de draagtijd van de paarden voor 90% of meer was gevorderd. Na bezwaar en beroep bevestigde het College van Beroep voor het bedrijfsleven deze afwijzing.
De Stichting voerde aan dat het onderzoek van de NVWA onzorgvuldig was en stelde vooringenomenheid vast. Het College oordeelde dat de NVWA zorgvuldig had gehandeld en dat de aantijgingen niet waren onderbouwd. Ook de door de Stichting overgelegde foto’s en data van merrie [naam 5] boden onvoldoende bewijs dat zij in de laatste 10% van de draagtijd verkeerde tijdens het transport.
Het College benadrukte dat de bewijslast voor een overtreding bij het bestuursorgaan ligt en dat een hoge bewijsstandaard geldt. De minister kon niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat Staatsbosbeheer een overtreding had begaan. Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Stichting wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek terecht afgewezen.