ECLI:NL:CBB:2025:279
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van het College van 18 juni 2024, waarin haar beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen het vaststellingsbesluit subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond werd verklaard.
De minister had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De onderneming stelde dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld van het vaststellingsbesluit en dat de termijnoverschrijding te wijten was aan drukte en een ongelukkige opeenvolging van gebeurtenissen.
Het College oordeelde dat het vaststellingsbesluit op de juiste wijze bekend was gemaakt via de digitale omgeving en een notificatiebericht naar het opgegeven e-mailadres. De onderneming droeg zelf de verantwoordelijkheid om de berichten in de gaten te houden en tijdig bezwaar te maken. De termijnoverschrijding werd daarom niet verschoonbaar geacht.
Ook het argument dat het opgegeven e-mailadres onjuist was, werd verworpen omdat eerdere e-mails wel waren ontvangen. Het College concludeerde dat de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar terecht was en dat de minister de onderneming niet hoefde te horen.
Het verzet werd ongegrond verklaard, waarmee de zaak definitief werd afgesloten zonder inhoudelijke behandeling van het beroep.
Uitkomst: Het verzet van de onderneming wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.