De onderneming en de minister hebben verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen onder de Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen.
Het College had de minister opgedragen binnen twee weken alsnog besluiten te nemen en een dwangsom per dag van overschrijding opgelegd. De minister stelde dat hij tijdig had besloten en dat de beslistermijn was verlengd, maar trok dit standpunt later in, waardoor zijn procesbelang verviel en het College zijn verzet niet-ontvankelijk verklaarde.
De onderneming betoogde dat het College ten onrechte niet de hoogte van de dwangsom had vastgesteld, maar het College stelde vast dat de onderneming dit niet had verzocht in het oorspronkelijke beroep, zodat deze vraag geen onderdeel van het beroep was en het verzet ongegrond werd verklaard.
Ten overvloede overwoog het College dat de proceskostenveroordeling tegen de minister, die achteraf onterecht bleek, niet bestreden was en buiten het geding viel.
De uitspraak werd op 8 april 2025 gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.