ECLI:NL:CBB:2025:192
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19
De ondernemer heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak waarbij zijn bezwaar tegen het besluit tot nihil vaststelling van subsidie voor het derde kwartaal van 2021 niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege te late indiening. De ondernemer gaf aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan een zakelijk conflict waardoor hij geen toegang had tot het e-mailadres dat bij de subsidieaanvraag was opgegeven.
Het College stelde vast dat het besluit tijdig en op juiste wijze aan de ondernemer was bekendgemaakt via de digitale omgeving en een notificatie naar het opgegeven e-mailadres was verzonden. De ondernemer had al vanaf mei 2022 geen toegang meer tot dat e-mailadres, maar had dit pas na een betalingsherinnering in november 2022 gewijzigd in het digitale portaal van RVO.
Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding aan de ondernemer is toe te rekenen en niet verschoonbaar is, omdat hij naliet tijdig contact op te nemen met RVO om het e-mailadres te wijzigen. Het eerdere inhoudelijk behandelen van een te laat ingediend bezwaar voor het vierde kwartaal van 2020 was een incidentele fout van de minister en verplichtte deze niet om dat ook voor het derde kwartaal van 2021 te doen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en het beroep niet inhoudelijk behandeld. De uitspraak bevestigt dat tijdige indiening en communicatieverantwoordelijkheid bij de ondernemer liggen en dat incidentele fouten van het bestuursorgaan niet leiden tot rechtsgevolgen ten gunste van de ondernemer.
Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding, waardoor het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.