ECLI:NL:CBB:2024:880
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 afgewezen
De minister van Economische Zaken stelde bij besluit van 27 augustus 2021 de subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vast op € 0,- en vorderde het betaalde voorschot terug. De onderneming maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 26 juli 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de onderneming beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De onderneming voerde aan dat de omzet die in de aangifte omzetbelasting was opgegeven niet overeenkwam met de daadwerkelijk gerealiseerde omzet, omdat een intercompany factuur van personeelskosten uit 2019 ten onrechte was meegenomen. Het College oordeelde echter dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting, omdat dit een bewuste keuze van de regelgever is om de regeling uitvoerbaar te houden en administratieve lasten te beperken.
Het College verwees naar eerdere uitspraken waarin is bevestigd dat de omzet uit de aangifte omzetbelasting leidend is voor de vaststelling van het omzetverlies en daarmee de subsidie. Gelet hierop verklaarde het College het beroep van de onderneming ongegrond en handhaafde het besluit van de minister.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de vaststelling van de TVL-subsidie Q4 2020 op nul euro is ongegrond verklaard.