ECLI:NL:CBB:2024:442
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming heeft voor het vierde kwartaal van 2020 een subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister verleende een voorlopige subsidie en betaalde een voorschot uit, maar stelde de subsidie uiteindelijk vast op nihil omdat uit de aangiften omzetbelasting bleek dat het vereiste omzetverlies van minimaal 30% niet was behaald.
De onderneming voerde aan dat de omzetgegevens van de Belastingdienst geen juist beeld geven vanwege doorbelasting aan een zustermaatschappij, waardoor de omzet in 2020 hoger lijkt dan de werkelijke externe omzet. Het College oordeelt dat de regeling expliciet uitgaat van de omzet zoals aangegeven in de aangiften omzetbelasting en dat hiervan niet afgeweken kan worden in deze situatie.
Verder wijst het College erop dat het aan de onderneming is om een suppletieaangifte te doen indien de omzetgegevens onjuist zijn, wat niet is gebeurd. Op grond van de TVL-regeling en de Algemene wet bestuursrecht mocht de minister de subsidie op nihil vaststellen en het voorschot terugvorderen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nihil met terugvordering van het voorschot.