Twee startende MKB-ondernemingen hebben subsidieaanvragen voor het eerste kwartaal van 2022 ingediend op grond van de TVL-startersregeling, maar deze werden door de minister afgewezen omdat zij niet voldeden aan het vereiste dat de inschrijving in het handelsregister moest liggen tussen 1 juli 2020 en 30 september 2021.
De ondernemingen stelden dat het startmoment van de exploitatie van hun hotels leidend moest zijn in plaats van de inschrijfdatum, en dat de afwijzing in strijd was met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. Het College verwees naar een eerdere uitspraak van 21 mei 2024 waarin dezelfde beroepsgronden waren behandeld en verwierp de argumenten van de ondernemingen.
Het College benadrukte dat de TVL-regeling vanaf Q2 2021 een keuzesystematiek hanteert waarbij alleen de inschrijfdatum in het handelsregister relevant is, en dat eerdere uitspraken over het begrip 'start van de activiteiten' niet van toepassing zijn op de subsidieperiode Q1 2022.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door M. van Duuren op 19 november 2024.